Voor CISO’s en CTO’s die in 2026 voorbij reactieve detectie willen kijken, is threat hunting opzetten geen luxe-project maar een logische volgende stap. De goede nieuwsboodschap: je hebt er geen volledig nieuw team voor nodig. Je bestaande tier 2-analisten kunnen, met de juiste structuur en training, een eerste hunting-capaciteit opbouwen die binnen drie tot zes maanden meetbare waarde levert. De vraag is alleen waar je begint, welke hypothese je als eerste onderzoekt, en welke tooling je echt nodig hebt voor je begint te investeren.
In dit artikel werken we het stappenplan praktisch uit. Wat threat hunting wel en niet is, welk maturity-niveau je nastreeft, hoe je een eerste werkbare hypothese formuleert, welke minimale tooling klopt, en hoe je de resultaten meetbaar maakt voor het management. Geen abstracte best practices, maar een werkbare gids voor een team dat morgen wil beginnen.
Waarom threat hunting opzetten in 2026 niet langer optioneel is
Reactieve detectie alleen is in 2026 niet meer voldoende, en de cijfers achter de drang om threat hunting opzetten op de agenda te krijgen zijn duidelijk. Volgens Mandiant M-Trends 2025, gebaseerd op meer dan 450.000 uur incident response, bedroeg de wereldwijde mediane dwell time (de tijd tussen initiële compromittering en detectie) in 2024 elf dagen. Bij externe meldingen liep dat op tot 26 dagen, bij interne detectie tot tien dagen. Met andere woorden: aanvallers zitten gemiddeld bijna twee weken binnen voordat iemand het doorheeft, terwijl tegelijk exploits in 33 procent van de gevallen het initiële aanvalskanaal vormen.
Dat is exact het probleem dat threat hunting opzetten aanpakt. Geautomatiseerde detectie ziet bekende patronen, signaturen en IOC’s. Wat het niet ziet zijn ‘living off the land’-aanvallen waarin attackers legitieme systeem-tools gebruiken, gestolen credentials die normaal verkeer mimicken, en aanvalsketens die individueel onschuldig lijken maar gezamenlijk een breach vormen. Het Nederlandse Cybersecuritybeeld 2025 van het NCSC stelt dat de digitale dreigingen complexer en onvoorspelbaarder worden. Dat betekent: wachten tot je SIEM een alert produceert is niet langer een werkende strategie.
Wat threat hunting wel en niet is (versus alert-triage)
Een veelvoorkomend misverstand bij threat hunting opzetten is dat hunting hetzelfde is als ‘beter naar de SIEM kijken’. Dat is het niet. Alert-triage is reactief: er komt een melding binnen, je onderzoekt of het echt is, je escaleert of sluit. Threat hunting is proactieve dreigingsjacht: je begint zonder alert, met een hypothese over een aanvallersgedrag dat misschien aanwezig is, en je gaat actief in de data zoeken naar bewijs dat de hypothese bevestigt of weerlegt. Het verschil is fundamenteel: hunting werkt zonder triggers.
Concreet: een SOC-analist tijdens triage werkt vanuit een alert naar een conclusie. Een hunter werkt vanuit een hypothese naar bewijs. De hypothese kan komen uit threat intelligence (“actor X gebruikt techniek Y, wij hebben kwetsbaarheid Z”), uit MITRE ATT&CK-mapping (“techniek T1078 valid accounts is niet afgedekt”) of uit eigen observatie (“anomale PowerShell-uitvoeringen, mogelijk lateraal verkeer”). Een professionele hunter behandelt elke hypothese als onderzoeksvraag, niet als ticket.
Het Hunting Maturity Model: van reactief naar proactieve dreigingsjacht
Het Hunting Maturity Model van SANS, ontwikkeld door David Bianco, beschrijft vijf niveaus van hunting-volwassenheid. Niveau 0 (Initial): organisatie vertrouwt volledig op geautomatiseerde rapportage, doet weinig of geen routine data-collectie. Niveau 1 (Minimal): IOC-searches op basis van threat intelligence, matige data-collectie. Niveau 2 (Procedural): hypothesen volgen van anderen (vendor-playbooks, MITRE), goede data-collectie. Niveau 3 (Innovative): organisatie maakt eigen analyses en hypothesen. Niveau 4 (Leading): hoogwaardige automatisering van eigen hunting-procedures.
Voor een organisatie die nu op niveau 0 of 1 zit, is het realistische doel bij threat hunting opzetten binnen twaalf maanden naar niveau 2 of 3 te bewegen. Dat vereist drie dingen: een gedefinieerd proces, dedicated analyst-capaciteit (zelfs als dat één persoon één dag per week is), en tooling die niet alleen alerts genereert maar ook flexibel queryable is. Voor specifieke cybersecurity-functies in Nederland waaronder threat hunter en detection engineer, gaat het maturity-niveau van het team direct samen met de inhoud van de rol en de gevraagde vaardigheden.
Stap 1: de eerste hypothese formuleren met je bestaand team
Het belangrijkste obstakel voor threat hunting opzetten is niet tooling of budget, het is de stap van “we willen gaan hunten” naar “deze week onderzoeken we deze specifieke hypothese”. Begin met één concrete hypothese, niet met een ambitieus programma. Goed startpunt: kies één MITRE ATT&CK-techniek die voor jouw branche actueel is, en formuleer de hypothese alsof het al gebeurd is. Voorbeeld: “Een aanvaller heeft met gestolen credentials via RDP lateraal bewogen vanaf werkstation X naar onze fileserver, en data-exfiltratie via PowerShell uitgevoerd.”
Die hypothese formuleert vier vragen die je in je logs kunt onderzoeken. Welke RDP-sessies zijn er geweest naar de fileserver vanuit ongebruikelijke werkstations? Welke PowerShell-executies hebben we de afgelopen maand gezien? Welke outbound netwerkverbindingen waren groter dan een normale baseline? Welke gebruikers logden vanuit verschillende geografische locaties binnen korte tijd? De analist die deze vier vragen onderzoekt is geen tier 1-werk, het vraagt om de cybersecurity mindset die leert denken als een hacker, die niet wacht tot een alert vertelt waar te kijken maar actief gaat zoeken.
Welke tooling minimaal nodig is voor een threat hunting team
Een threat hunting team heeft fundamenteel andere tooling nodig dan een alert-driven SOC-team. Hunting tooling moet diepe, flexibele queries op grote hoeveelheden data ondersteunen, niet alleen real-time alerts. Het minimum bestaat uit drie elementen. Eerst: een SIEM of data-lake met lange retentie (minimaal negentig dagen, idealiter een jaar) waarop je flexibele query-syntax kunt uitvoeren. Standaard SIEM-dashboards zijn niet genoeg, je hebt directe toegang tot raw logs nodig.
Tweede element: endpoint-zichtbaarheid via EDR of XDR die procesvirtualisatie, command-line argumenten en netwerk-connecties per proces vastlegt. Zonder dit niveau van endpoint-data zijn de meeste hunting-hypotheses niet onderzoekbaar. Derde element: een threat intelligence feed gekoppeld aan een referentiekader zoals MITRE ATT&CK, zodat hypotheses zijn verankerd in concreet vijand-gedrag. Wat opvalt: veel organisaties hebben de tooling al maar gebruiken hem niet voor hunting omdat niemand de tijd heeft die query’s te schrijven. Dat is een proces-probleem, geen tooling-probleem.
Stap 2: de proactieve dreigingsjacht-cyclus inrichten
Een werkbare proactieve dreigingsjacht-cyclus, fundament van threat hunting opzetten, volgt vier fasen, in herhalende rondes van twee tot vier weken. Fase 1, hypothese-formulering: kies een specifieke aanvalsbeweging uit threat intelligence of MITRE-mapping, schrijf hem op als toetsbare uitspraak. Fase 2, onderzoek: schrijf de queries die de hypothese in jouw data kunnen bevestigen of weerleggen, verzamel evidence. Fase 3, conclusie: bevestigd, weerlegd of inconclusief. Bij bevestigd: escaleer naar incident response. Bij weerlegd: documenteer waarom, eventueel nieuwe detection-regel maken.
Fase 4 is de fase die de meeste organisaties overslaan: feedback naar detection engineering. Elke hunting-ronde levert nieuwe inzichten op in wat jouw geautomatiseerde detectie wel en niet ziet. Die inzichten moeten leiden tot nieuwe of verbeterde detection-regels, betere logging, of nieuwe data-collectie. Wanneer hunting losstaat van detection engineering, herhaal je dezelfde hunts elke maand. Wanneer ze gekoppeld zijn, verminder je geleidelijk de blinde vlekken. Dit is waar praktijkgerichte cybersecurity-opleiding het verschil maakt: hunters die ook detection engineering begrijpen, leveren tweemaal de waarde van puur reactieve hunters.
Hoe je hunting-resultaten meetbaar maakt voor het management
De zwakke plek waar veel programma’s voor threat hunting opzetten bij management stranden, is meetbaarheid. “We hebben gehunt” is geen rapportage. Drie metrieken werken in de communicatie naar CISO en directie. Eerst: aantal hypothesen onderzocht per kwartaal, met de uitsplitsing bevestigd, weerlegd, inconclusief. Tweede: aantal nieuwe of verbeterde detection-regels dat uit hunting voortkwam (dit toont directe bijdrage aan defensieve verbetering). Derde: tijdsbesteding per hunt, om de capaciteits-vraag eerlijk in beeld te brengen.
Wat je expliciet niet meet is “aantal aanvallers gevonden”. Dat klinkt als logische metriek maar werkt averechts. Een goed hunting-programma in een goed beveiligde omgeving vindt zelden actieve aanvallers, omdat preventie en detectie al sterk zijn. Wie hunting beoordeelt op “vondsten” stimuleert stunt-zoeken in plaats van systematische dekking van blinde vlekken. Betere maatstaf: welk percentage van het MITRE ATT&CK-framework heb je dit jaar actief gehunt? Voor organisaties die het verschil willen begrijpen tussen klassikale cursussen en simulatie-gebaseerde training met druk en realistische scenario’s geldt dat hunting-vaardigheden hetzelfde patroon volgen: ze worden niet aangeleerd door theorie, maar door herhaalde toepassing op echte data.
Hoe Trivian helpt bij threat hunting opzetten en team-ontwikkeling
Bij Trivian benaderen we threat hunting opzetten niet als losse cursus maar als gefaseerde uitbreiding van bestaande SOC-vaardigheden. Onze cybersecurity bootcamp voor bedrijven bouwt het detectie-fundament op met scenario-gebaseerde oefeningen. De aanvullende doorgroei-modules dekken vervolgens hypothesegedreven onderzoek, MITRE ATT&CK-mapping, en de scripting- en query-vaardigheden die hunters nodig hebben. Door deze stapsgewijze opbouw kan een bestaand SOC-team in negen tot vijftien maanden een werkende hunting-capaciteit ontwikkelen, zonder externe hires.
Wat samenwerking met Trivian voor CISO’s en CTO’s rond threat hunting opzetten en een eigen threat hunting team concreet inhoudt: een meerjarige ontwikkelpadstructuur per analist, met koppeling aan jouw bestaande SIEM- en EDR-tooling, en realistische scenario-oefeningen op casus-data die lijkt op jouw productie-omgeving. Voor organisaties die structureel willen investeren in deze team-capaciteit, werken we vanaf het bestaande maturity-niveau en bouwen geleidelijk op via scenario-gebaseerde incident response training naar volledige proactieve dreigingsjacht.
Een werkbare aanpak van threat hunting opzetten herken je aan drie dingen: het start met één concrete hypothese in plaats van een ambitieus programma, het is meetbaar via nieuwe detection-regels uit elke hunt, en het is gefinancierd vanuit het bestaande teambudget door upskilling van tier 2-analisten in plaats van externe hires. Wie deze drie combineert, beweegt zijn organisatie binnen twaalf maanden van reactief naar proactief, zonder de kostenpost van een volledig nieuw threat hunting team. Plan een adviesgesprek om te bespreken hoe een gerichte hunting-opbouw voor jouw SOC-team eruit kan zien, met realistische tijdlijn en koppeling aan jouw bestaande tooling.



